TIPS VOOR ACTIE
MOEILIJKE LEZERS
PROGRAMMA

BOEKENTIPS: KLEUTERS


Deur dicht!
Michel van Zeveren
Lemniscaat, 2008

Een biggetje neemt zich voor om eens uitgebreid en ongestoord een bad te nemen in de privacy van een gesloten badkamer. Maar dat is gerekend buiten mama en babyzusje (die zomaar het bad inpikken), buiten haar twee broertjes (die dringend moèten), buiten papa (die op zijn dooie gemak zijn tanden komt poetsen) en buiten de poes (die geaaid wil worden). Als de hele stoet gepasseerd is, is het eindelijk aan ons arme biggetje. En nu: ‘Deur dicht’!

   

Django heet Django
Edward van de Vendel en Lilian Brøgger (ill.)
De Eenhoorn, 2008

‘Papa heet papa. Mama heet mama. Oma heet oma. Django’s beste vriend Thaison heet Thaison. En Django? Django heet Django. Maar soms wil Django geen Django heten. Vandaag bijvoorbeeld.’

Vandaag heet Django Meneer. Dus als papa hem roept wanneer het regent – ‘Django! Binnenkomen!’ – of een boterham voorschotelt – ‘Django, één boterham met kaas. Dat moet.’ – dan geldt dat niet voor Django. Tot hij zijn teen stoot en het op een huilen zet, dan heet ie geen Meneer meer, maar baby’tje. En wat als Django een meisje was geweest? Of een biggetje? Of een boom?
Django heet Django is een grappig boek voor de derde kleuterklas over namen en naamgeving. Taalbeschouwing zoals het hoort: speels, spits en zo herkenbaar.

   

Feodoor heeft zeven zussen
Marjet Huiberts en Sieb Posthuma (ill.)
Gottmer, 2006

Kan je het je voorstellen? Zeven zenuwzieke zussen en ‘daar zit Feodoor dan tussen’. In vijf lange voorleesgedichten worden Feodoor en zijn septet zussen opgevoerd. Hoe slapen ze met hun achten? Hoe loopt het aankleden? Wat met zeven ziekenzusters als Feodoor ‘pips ziet’? Kan Feodoor zijn zeven verjaardagstaarten op? Wat neemt het achttal mee als ze gaan kamperen? Huiberts laat haar fantasie de vrije loop en doet dat in kleurrijke, maar voor kleuters af en toe best moeilijke, woorden en muzikale zinnen. Posthuma kreeg een Zilveren Griffel voor zijn bijzondere illustraties. Een boek voor de oudste kleuters.

   

Groot!
Annette Huber en Manuela Olten (ill.)
Sylvia Vanden Heede (vert.)
Lannoo, 2007

Een prentenboek over de voor- en nadelen van klein, dan wel groot zijn. Het jongetje uit het boek is negenennegentig centimeter groot en ‘dat is bijna een meter, zegt mama’. Op een innemende manier haalt dit boek alle goede en minder goede kanten aan van klein en groot zijn, van kind en volwassene zijn. Zo is het voor een mama een makkie om de koekjes te pakken zonder stoel, maar voor een piraat van een kleine meter is het heerlijk om te dobberen in een zee van een badkuip. De illustraties van Olten zijn dynamisch en speels.
Een heerlijk herkenbaar boek voor vier- en vijfjarigen.

   

Kleine Muis zoekt een huis
Petr Horáček
J.H. Gever (vert.)
Gotmmer, 2006

‘Op een dag kroop Kleine Muis uit haar holletje en zag een grote appel liggen.’ Maar zo’n appel raakt natuurlijk niet in het piepkleine holletje van Muis. Daarom gaat ze op pad, van holletje naar hol, van diertje naar dier tot het donker wordt en ze weer bij haar eigen plekje uitkomt. Ondertussen is de appel wel secuur afgeknibbeld, rest er niet meer dan een klokhuis en past hij perfect in Kleine Muis’ holletje.

Een eenvoudig prentenboek met gaatjes en veel bruikbare elementen voor in de eerste kleuterklas (groot-klein, licht-donker, vol-leeg…).

   

Tommie en de torenhoge boterham
Lorraine Francis en Pieter Gaudesaboos (ill.)
Siska Goeminne (vert.)
Lannoo, 2009

Je hebt prentenboeken waarbij je in één oogopslag de prenten gescreend hebt en ‘gelezen’. En je hebt er waarop je nooit uitgekeken raakt. Zo’n prentenboek is Tommie. Tommie heeft zin in ‘de grootste, de hoogste boterham ter wereld’ en voegt de daad bij het woord. We volgen zijn constructiewerken nauwgezet op. Werkelijk alles wat smeer- of hapbaar is mag tussen zijn sneetjes brood en Tommies boterham torent uiteindelijk boven de schoorsteen uit. De laatste plaat relativeert Tommies gulzige plannen…

Gaudesaboos neemt je mee op een wervelende trip door Tommies huis en voorraadkast. Je weet werkelijk niet waar eerst kijken in het retro-interieur van ma, pa, Tommie en het babyzusje: speelse details, gestileerde composities, spel met perspectief, met voor- en achtergrond, met verhoudingen en ornamenten. Een lust voor het oog.

Voor vier-, vijfjarigen.

   

 

   
Jeugdboekenweek is een project van Stichting Lezen. Stichting Lezen wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid.
Illustraties: Klaas Verplancke