|
|
|
BOEKENTIPS: KLEUTERS

|
Dat is heel wat voor een kat
Judith Viorst en Fleur van der Weel (ill.), vertaling: J.H. Gever
Gottmer, 2010
Wanneer haar kat Roetje sterft, is het hoofdpersonage van dit prentenboek – een meisje – ontroostbaar. Haar mama stelt voor dat ze tien mooie dingen over Roetje bedenkt. Het meisje komt maar op negen dingen. Ondertussen praat ze honderduit met mama, papa en Merel: over Roetje en hoe de hemel eruit ziet en of het katje daar wel of niet naartoe is. Op de begrafenis komt het meisje, met de hulp van papa, op het tiende ‘goede ding'.
Dit is een echte klassieker: de oorspronkelijke versie van dit boek, The Tenth Good Thing About Barney , is exact 40 jaar oud! Een delicaat boek over rouwverwerking met gloednieuwe, gedurfde illustraties van Fleur van der Weel. Met zorg aan te brengen bij de oudste kleuters.
|
| |
|


|
De paraplu
Ingrid en Dieter Schubert
Lemniscaat, 2010
Een koddig zwart hondje vindt een rode paraplu, plopt hem open en wordt meegevoerd met de wind voor een onverhoopt spannend avontuur. De wind brengt hem van het ene indrukwekkende landschap – biotoop van telkens weer andere wilde dieren – naar het andere. Steeds opnieuw belandt het beestje in een netelige situatie, waar een alerte olifant, dan wel walvis of pelikaan het op het nippertje uit bevrijdt. Maar eind goed al goed!
De Schuberts, een baken in de kinderliteratuur, maakten met De paraplu een prentenboek zonder woorden. Dit is een boek voor de nauwkeurige waarnemer en voor wie de precieze invulling graag aan zijn verbeelding overlaat. Voor in de tweede en derde kleuterklas.
|
| |
|


|
Honden doen niet aan ballet
Anna Kemp en Sara Ogilvie (ill.), vertaling, L.M. Niskos
Lemniscaat, 2010
In dit aandoenlijk grappige boek is Roef, hondje van de ik-verteller (een meisje), helemaal dol op ballet. Dat heeft het meisje althans al lang in de gaten, maar haar papa moet er niets van weten: “Honden doen niet aan ballet!” Maar Roef houdt van muziek en maanlicht, kijkt vol verlangen naar tutu en schoentjes van het meisje en volgt haar stiekem naar balletles. Wanneer Roefs baasje tickets voor het Nationaal Ballet krijgt, mag hij natuurlijk niet mee… Hij doet het toch, en neemt de rol van de prima ballerina over wanneer die valt en met haar hoofd in de toeter van de tuba belandt. Plié, jeté, arabesque, pirouette: Roef kan het allemaal!
Heerlijk boek, met dynamische prenten, voor de derde kleuterklas. Meisjes én jongens. (En honden.) |
| |
|


|
Mama kwijt
Chris Haughton, vertaling: J.H. Gever
Gottmer, 2011
Een uiltje knapt een uiltje, in het nest naast zijn mama, en valt slapend uit zijn nest: “Uh-oh!” Mama uil is zich van geen kwaad bewust, het kleintje heeft geen idee waar mama lief wel mag zijn. Gelukkig ontmoet het Eekhoorn, die Kleine Uil manmoedig meegidst naar dieren die misschien wel ‘heel groot' zijn, ‘puntige oren' of ‘grote ogen' hebben, maar geen van allen Uiltjes mama zijn. Gelukkig zag Kikker ‘met de grote ogen' een grote moederuil wanhopig zoeken naar haar kleintje: eind goed al goed. De twee vriendjes – Eekhoorn en Kikker – mogen gezellig mee het nest op. Tot het kleine uiltje het niet meer houdt van de slaap en… “Uh-oh!”
Een helder en klassiek verhaal, maar vernieuwend en apart wat tekenstijl betreft – warme kleuren en grappig vereenvoudigde dierenfiguren met zeer sprekende mimiek. Dit boek is een aanwinst in de boekencollectie van de peuters en driejarigen.
Dit boek bestaat ook in een Fundels-versie |
| |
|


|
Vliegensvlugge vlieg
Michael Rosen en Kevin Waldron (ill.), vertaling: Koos Meinderts
Lemniscaat, 2010
Boink! Plet! Plat! Ziedaar het tumult van een nijlpaard als er een onschuldig klein, maar vliegensvlug vliegje op zijn oor komt zitten. Het kriebelbeestje maakt er een sport van om, met een uitgesproken dierenkont als oriëntatiepunt, kolossen uit het wild lastig te vallen en op hun slurf, dan wel oor of poot te landen. Daar kunnen het nijlpaard, maar ook de Grote Grijze Olifant en Grote Sterke Tijger allerminst om lachen. Helaas zijn ze met hun onbeholpenheid zelf de klos en zet Vliegensvlugge Vlieg het telkens ongedeerd op een wegzoemen.
Dit is een grappig boek voor peuters en de jongste kleuters. De tekeningen van de dieren zijn erg groot en springlevend. Samen met de vrolijk allitererende namen en klanknabootsingen zorgt dit voor een verhaal dat de kleintjes probleemloos in de ban houdt. |
| |
|


|
Wat zie je in de zee?
Conz
Lannoo, 2009
Dit is een stripboek voor peuters. Zonder tekst dus, want strips kan je lezen op je eentje en zo is het met dit kartonboek ook. Het begint aan het ene strand en eindigt op het andere – van vuurtoren tot windmolen. Daartussen ontmoeten we menig zeebewoner: de een wordt vlotjes, en telkens na even schrikken, aan de volgende gekoppeld. Aan het eind zwemmen ze allen samen vrolijk rond. Tot ze plotsklaps worden opgeschrikt door een bungelende vishaak die uit een boot komt afgedaald en ze het als de wiedeweerga op een vluchten zetten.
Conz speelt met uitvergrotingen en details en zorgt voor een boek waar peuters en driejarigen een hele tijd zoet mee zullen zijn. |
|
|